tijdlijn

Depositiekaarten laten verspreiding zware metalen zien

 

Een belangrijke verspreidingsroute van de zware metalen die in het verleden zijn vrijgekomen bij de industriële zinkproductie, was via de lucht. De metalen, vooral zink en cadmium, zijn als deeltjes in de verbrandingsgassen uitgestoten en vervolgens door de wind meegevoerd. Hierdoor heeft de vervuiling zich over een groot gebied kunnen verspreiden. Uiteindelijk komen de metalen, meestal door regen, terecht op planten en de bodem, waarna ze zich verder kunnen verspreiden in het milieu. Dit proces heet atmosferische depositie.

 

Om een goed beeld te krijgen van de omvang van het gebied dat door atmosferische depositie vervuild is geraakt, heeft ABdK in 2002, 2007 en 2014 depositiekaarten laten maken. Deze kaarten laten zien waar de vervuiling is neergedaald (gemeten in de bovenlaag van de bodem) en in welke concentraties.

 

Resultaten

Uit de kaarten blijkt duidelijk dat de zware metalen via de lucht grote afstanden kunnen afleggen: tot op ruim 30 kilometer van de zinkfabriek is de verontreiniging in de bovenlaag aangetroffen. Hierbij zijn de concentraties vlakbij de fabriek het hoogst en nemen ze af naarmate de afstand tot de fabriek toeneemt. De overheersende windrichting (zuid-west) is duidelijk te zien in de kaarten; de grootste 'pluim' van de vervuiling ligt ten noord-oosten van de Vlaamse en Nederlandse zinkfabrieken.

 

Er zijn ook verschillen te zien tussen de kaarten. Zo zijn in 2007 de gemeten concentraties lager dan die in 2002. Een teken dat de metalen langzaam wegspoelen door regenval en zich verspreiden in de dieper gelegen bodemlagen. Hoewel dit niet betekent dat de vervuiling verdwijnt, is het belangrijke informatie voor de landbouw. Hoe dieper de verontreiniging zit, hoe kleiner de kans dat het wordt opgenomen door consumptie- of voedergewassen.

 

Meer informatie:

Cadmiumgehalte 2001