tijdlijn

Integraal plan van aanpak krijgt gestalte [1987 - 1988]

 

Nu de omvang en complexiteit van de vervuilingsproblemen helder worden, krijgt de ‘Integrale aanpak Zware Metalenverontreiniging in de Kempen’ gestalte. Saneren lijkt de beste manier om de grootste risico's voor de volksgezondheid te verminderen. Het aanpakken van particuliere tuinen krijgt prioriteit.

 

Aansluitend op het advies van de Inspecteurs voor de Volksgezondheid aan de provincies, wordt aangegeven dat voor particuliere (moes)tuinen met een te hoge cadmiumconcentratie maatregelen mogelijk zijn in het kader van de Interimwet bodemsanering (Ibs). De eerste saneringen vinden plaats in 1988 in Boxtel (70 tuinen in de wijk Dommeldal), gevolgd in 1990 door 60 tuinen in Budel-Dorplein (fase 1A). De eigenaren hebben geen zeggenschap; de saneringen zijn verplicht en de Staat neemt de kosten voor haar rekening.


De bodemonderzoeken gaan ondertussen door en de werkzaamheden worden in verschillende deelfasen georganiseerd. De eerste prioriteit blijft bij de (moes)tuinen in het meest belaste gebied rond de fabriek (geschat op 1.000 tuinen). De aandacht gaat daarnaast uit naar tuinen langs assenwegen, -erven en -depots en tuinen in de overstromingsgebieden van De Dommel, Tungelroysebeek, Neerbeek en Boschloop.

 

Voor andere gronden dan (moes)tuinen geldt bij een overschrijding van het aanvaardbare cadmiumgehalte (20 mg/kg d.s.) de tweede prioriteit. Voor de grondwaterverontreiniging blijkt een integrale aanpak praktisch en financieel niet haalbaar; daarom wordt gekozen voor gebruiksadviezen op basis van lokale kwaliteit.

 

De Leidraad Bodemsanering van het Ministerie van VROM omvat de toetsingscriteria voor reinigbaarheid en kosten met betrekking tot het verwerken of opslaan van vrijkomende verontreinigde grondstromen. In 1989 richt het Rijk het Service Centrum Grondreiniging (SCG) op, om de verontreinigde grondstromen in Nederland te kanaliseren in de richting van een nieuwe bedrijfstak van de grondreinigers. Voor de Ibs-saneringen geldt een leveringsplicht aan het SCG.

 

Op grond van de op dat moment gebruikte normen gelden zinkassen als (chemisch) afval, waarvoor Nederland in die tijd niet over toereikende stort- of verwerkingscapaciteit beschikt. De zinkassen worden daarom tijdelijk opgeslagen op een nieuw ingerichte TOP (Tijdelijke Opslagplaats) in Moerdijk.